Om op deze vraag een antwoord te formuleren baseren we ons op volgende documenten:
- het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI)
- de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing
- de codex over het algemeen welzijn op het werk
1) Het algemeen reglement op de elektrische installaties (AREI), dat de wettelijke voorschriften vastlegt in verband met elektrische installaties, vermeldt volgende paragraaf:
Deel 4 – Elektrische bescherming tegen overspanning, artikel 136 - Principe
Personen en goederen moeten volgens de desbetreffende regels van goed vakmanschap beschermd worden tegen de schadelijke gevolgen van:
-
een fout die kan voorkomen tussen de onder spanning staande delen van stroombanen op verschillende spanningen;
-
overspanningen te wijten aan andere oorzaken, bijvoorbeeld atmosferische verschijnselen of eventuele overspanningen bij het schakelen.
De toestellen moeten derwijze uitgevoerd en geplaatst worden dat personen en goederen door hun werking niet in gevaar worden gebracht.
Dus JA, elektrische installaties dienen beschermd te worden tegen overspanningen afkomstig van bliksem en schakelhandelingen.
- Welke maatregelen moet ik dan nemen?
Hiervoor kan je terugvallen op de regels van goed vakmanschap. Deze vind je ondermeer terug in de van de geldende Belgische en Europese normering ter zake.
Het in 2016 uitgegeven normatieve document HD60364-4-443 kan een leidraad bieden om te bepalen of (via een vereenvoudigde risicoanalyse) het plaatsen van overspanningsbeveiliging voor een bepaalde installatie noodzakelijk is of niet. Het al dan niet noodzakelijk zijn hangt af van verschillende factoren zoals bliksemactiviteit in de regio, ondergronds of bovengrondse voeding, landelijke of stedelijke omgeving, …
Kort samengevat komt het hier op neer: indien overspanningen een invloed kunnen hebben op de veiligheid van mensenlevens (vb. brandmeldcentrale, ziekenhuisapparatuur,..), de beschikbaarheid van openbare dienstverlening (telecomcentra, …) of de werking van handels- en industriële activiteit (banken, bedrijven, hotels,…) dan MOET er overspanningsbeveiliging worden voorzien, ongeacht de uitkomst van een risicoanalyse. Voor alle andere gevallen wordt er een eenvoudige risicoberekening aangereikt waaruit kan afgeleid worden of overspanningsbeveiliging al dan niet noodzakelijk is.
Het normatieve document HD60364-5-534 legt vast aan welke karakteristieken overspanningsbeveiliging moet voldoen (wanneer een SPD Type 1 of Type 2 plaatsen, minimale afleidvermogen, … ), waar je deze moet plaatsen en welke de te respecteren montageregels zijn.
Meer informatie over beide HD documenten en over de vereenvoudigde risicoberekening vind je terug in dit document.
2) De “Basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing” bepalen in België de minimumvoorwaarden waaraan het ontwerp, de bouw en de inrichting van nieuwe gebouwen (en uitbreidingen van bestaande gebouwen) moeten voldoen. Deze normen zijn wetten en dus bindend.
Daarin staat vermeld dat hoge gebouwen (>25m) moeten worden uitgerust met een beveiligingsinstallatie tegen bliksem gekozen op basis van een evaluatie van het risico.
Voor het evalueren van het risico wordt een beroep gedaan op de uitgebreide risicoanalyse in de norm NBN EN 62305-2 ‘Bliksembeveiliging – Risicomanagement’. Uit deze risicoanalyse vloeien de maatregelen voort die noodzakelijk zijn om het risico tot een aanvaardbare waarde te reduceren. Een van die mogelijke maatregelen kan het plaatsen van overspanningsafleiders zijn.
Risicoanalyse uit NBN EN62305-2 versus risicoanalyse uit HD60364-4-443
De vereenvoudigde risicoberekening uit HD60364-4-443 brengt enkel overspanningen in rekening die via het elektrische distributienetwerk (ook directe inslag in het netwerk) het gebouw binnendringen alsook overspanningen door schakelhandelingen. De uitgebreide risicoanalyse uit NBN EN62305-2 gaat veel verder en brengt ook de risico’s ten gevolge van directe of nabije blikseminslag op het gebouw in rekening.
3) De Codex over het welzijn op het werk verplicht de werkgever een risicoanalyse uit te voeren van de elektrische installatie waarvan hij de houder is.
De werkgever spoort tenminste de volgende risico’s op en evalueert ze:
Van toepassing voor ons uit de Codex:
6° de risico’s te wijten aan overspanningen ten gevolge van inzonderheid fouten die kunnen ontstaan tussen actieve delen op kringen op verschillende spanning, van het schakelen en van atmosferische ontladingen;
De werkgever treft op grond van de risicoanalyse alle nodige preventiemaatregelen ter bescherming van deze risico’s.
Voor het evalueren van het risico kan een beroep gedaan worden op de vereenvoudigde risicoberekening in de HD60364-4-443, vermits enkel het risico van overspanningen op de elektrische installatie geëvalueerd moet worden. Maar ook de ruimere risicoanalyse in de norm NBN EN 62305-2 ‘Bliksembeveiliging – Risicomanagement’ kan worden gebruikt.
Uit de risicoanalyse vloeien de maatregelen voort die noodzakelijk zijn om het risico tot een aanvaardbare waarde te reduceren. Een van die mogelijke maatregelen kan het plaatsen van overspanningsafleiders zijn.
Hebt u nog vragen? Bel ons of stuur een mail naar dehn@stagobel.be